Wat houdt de wet in?
De wet, die op 1 januari 2022 in werking trad, maakt het mogelijk dat gemeenten opkoopbescherming invoeren voor woningen met een WOZ-waarde onder een bepaalde grens. In die gebieden mogen nieuw aangekochte woningen niet zomaar worden verhuurd. De koper moet de woning dan zelf gaan bewonen.
Zonder vergunning van de gemeente is verhuur in de eerste vier jaar na aankoop verboden.
Wanneer geldt de opkoopbescherming?
De opkoopbescherming is alleen van toepassing als:
- De gemeente de maatregel actief heeft ingevoerd via een verordening
- De woning valt binnen het aangewezen gebied
- De woning een WOZ-waarde heeft onder de vastgestelde grens
- Het gaat om verhuur binnen vier jaar na aankoop
Elke gemeente bepaalt zelf of en waar de regeling geldt, en welke prijsklasse eronder valt.
Uitzonderingen op de regel
Verhuur is in bepaalde gevallen wél toegestaan, ook binnen de termijn van vier jaar. Bijvoorbeeld:
- Aan directe familieleden in de eerste graad (zoals ouders of kinderen)
- Tijdelijke verhuur tijdens verblijf in het buitenland (met toestemming)
- Verhuur met een vergunning van de gemeente
- Bij bestaande huursituaties die blijven doorlopen bij aankoop
Voor elke uitzondering geldt dat toestemming van de gemeente vaak vereist is.
Wat is het doel van de wet?
De Wet opkoopbescherming is bedoeld om:
- Starters en middeninkomens een betere kans te geven op de koopmarkt
- Woningen beschikbaar te houden voor eigen bewoning
- Excessieve opkoop en huurprijzen door beleggers te beperken
- Woningmarktverstoringen in populaire wijken tegen te gaan
Voor gemeenten is het een middel om grip te krijgen op de lokale woningvoorraad.
Belang voor kopers en beleggers
Kopers van woningen in een gebied met opkoopbescherming moeten zich goed laten informeren:
- Is de regeling van toepassing op de woning?
- Is er een vergunning nodig om te verhuren?
- Wat zijn de sancties bij overtreding?
De notaris, makelaar of gemeente kan uitsluitsel geven. Overtreding van de regels kan leiden tot boetes of verplichte verkoop.