Hoe werkt een erfdienstbaarheid?
Bij een erfdienstbaarheid is altijd sprake van twee percelen:
- Het heersende erf: dit is het perceel dat voordeel heeft van het recht
- Het dienende erf: dit is het perceel dat het recht moet toestaan
De eigenaar van het heersende erf mag dus gebruik maken van een deel van het dienende erf, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot zijn woning, tuin of garage.
Erfdienstbaarheden worden vaak vastgelegd in de notariële akte en ingeschreven in het Kadaster, zodat ze voor iedereen duidelijk en juridisch bindend zijn.
Voorbeelden van erfdienstbaarheden
Veelvoorkomende vormen zijn:
- Recht van overpad (gebruik van een pad op het aangrenzende perceel)
- Recht op licht of uitzicht (bijvoorbeeld dat de buren geen hoge muur mogen plaatsen)
- Recht om leidingen of kabels te laten lopen over een ander perceel
- Recht van weg of doorgang voor voertuigen
Erfdienstbaarheden kunnen specifiek omschreven worden en gelden in principe voor onbepaalde tijd.
Belang voor koper en verkoper
Bij de aan- of verkoop van een woning is het belangrijk om te weten of er erfdienstbaarheden van kracht zijn. Ze kunnen invloed hebben op het gebruik van het perceel en op de privacy of bewegingsvrijheid.
Een koper doet er goed aan het Kadasteronderzoek en de eigendomsakte zorgvuldig door te nemen of hiernaar te vragen bij de makelaar of notaris.
Kan een erfdienstbaarheid worden opgeheven?
Ja, onder bepaalde voorwaarden kan een erfdienstbaarheid worden beëindigd, bijvoorbeeld:
- Als het recht niet meer nodig is (bijvoorbeeld door herinrichting van het perceel)
- Als beide partijen akkoord gaan met opheffing
- Via een gerechtelijke procedure bij misbruik of onduidelijkheid
Opheffing moet in de meeste gevallen ook notarieel worden vastgelegd en ingeschreven bij het Kadaster.