Waar wordt het criterium toegepast?
Het criterium permanent wonen speelt onder andere een rol in:
- Huisvestingsverordeningen van gemeenten
- Zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebedingen
- Vakantieparken waar bewoning wordt beperkt
- Hypotheekvoorwaarden waarbij een woning als hoofdverblijf moet dienen
- Belastingwetgeving (denk aan hypotheekrenteaftrek)
Gemeenten en andere instanties hanteren dit criterium om te bepalen of iemand daadwerkelijk op een bepaald adres woont en of dat volgens de bestemming is toegestaan.
Hoe wordt vastgesteld of iemand permanent woont?
Verschillende aspecten kunnen aantonen dat iemand ergens permanent woont:
- Inschrijving op het adres in de BRP
- Gebruik van het adres voor post en officiële documenten
- Aanwezigheid van persoonlijke bezittingen en dagelijks gebruik
- Afwezigheid van een ander hoofdverblijf
In sommige situaties kunnen controles plaatsvinden om te beoordelen of er sprake is van permanente bewoning, zoals bij recreatiewoningen waar dit niet is toegestaan.
Wat zijn de gevolgen bij overtreding?
Als iemand permanent in een woning verblijft waar dat niet mag, bijvoorbeeld op een recreatiepark met een verbod op permanente bewoning, kunnen er boetes of dwangsommen worden opgelegd. Ook kan dit gevolgen hebben voor vergunningen of hypotheken.